Faalangst
Angst in de klas.
Eén op tien leerlingen lijdt aan een ernstige vorm van faalangst. Ze halen slechte cijfers omdat ze bang zijn. Bang om te mislukken, bang om niet aan de verwachtingen te voldoen die ouders, leerkrachten of zijzelf vooropstellen. Ze hebben hoofdpijn, maagkrampen of hartkloppingen. Ze hyperventileren of zijn overgevoelig.
Op voorhand bang
Iedereen is bang om bij een belangrijke taak te falen. Faalangst stimuleert de ene leerling tot beter presteren, maar werkt bij de andere verlammend. Wie last heeft van negatieve faalangst presteert onder zijn mogelijkheden. Bij elke taak is hij al op voorhand bang die niet tot een goed einde te kunnen brengen.
Bibberen en beven
De angst om te mislukken veroorzaakt lichamelijke reacties: hartkloppingen, zweten, maagklachten, slapeloosheid, hyperventilatie, trillen. Bovendien zit de leerling tijdens de test te piekeren over mislukken en de gevolgen ervan. Daardoor vermindert zijn concentratie.
Faalangstreductietraining
Het is lastig om negatieve faalangst te hebben. Gelukkig kan er wat aan gedaan worden. Trevianum organiseert een aantal speciale bijeenkomsten waarin een groep brugklassers onder leiding van een docent bij elkaar komen. In die bijeenkomsten gaan leerlingen samen met elkaar werken aan gedachten en gevoelens die faalangst oproepen. Het doel van de training is om beter met die gedachten en gevoelens te kunnen omgaan of negatieve faalangst om te zetten in positieve faalangst. We noemen die bijeenkomsten een faalangstreductietraining. De training bestaat uit tien lessen met onder andere:
- kennismaking
- ontspannings- en concentratieoefeningen
- herkenning van soorten faalangst
- weerbaarheidsoefeningen
De trainingen worden verzorgd door: Frisca Knoben en Margo Sjoerdsma.













