Omgaan met anderen (sociale vaardigheden)
Je ontmoet in veel situaties andere mensen. In de groep, op school, op je club en als je uitgaat bijvoorbeeld. Het kan zijn dat je je niet op je gemak voelt in zo´n situatie.
Je kunt het eng vinden om zomaar op iemand af te stappen.
Wat moet je zeggen of vragen aan de ander?
Misschien heb je wel iets leuks te vertellen, maar durf je niet te beginnen.
Of je moet iets over jezelf vertellen in een kennismakingsronde.
Hoe begin je dan en wat vertel je?
Je kunt het moeilijk vinden om nee te zeggen als iemand iets van je wil lenen.
Zo zijn er een heleboel voorbeelden te noemen. De een kan dit goed en de ander kan weer iets anders. Maar als iets moeilijker gaat, kun je proberen het te leren. Omdat het je helpt bij het maken van vrienden. Of omdat het je helpt prettig met anderen samen te werken of bij gesprekken goed over te komen. Of om iemand uit te nodigen en het gezellig te maken.
Al deze dingen hebben te maken met:
- kennismaken,
- luisteren,
- iets vragen,
- nee zeggen,
- een praatje beginnen,
- iets bepraten,
- kritiek krijgen,
- kritiek geven,
- afscheid nemen.
Dat noemen we ook wel: sociale vaardigheden. Leerlingen die zich herkennen in de dingen die hierboven aangeduid zijn kunnen deelnemen aan een sociale vaardigheidstraining. In het najaar start een training voor leerlingen uit de middenklassen. In het najaar start een training (Rots en Water) voor leerlingen van de onderbouw. In voorjaar start een SoVa-training voor leerlingen uit de eerste klas.
Op deze training doen we leuke, makkelijke en moeilijke oefeningen met elkaar. Elke keer krijgt één vaardigheid veel aandacht. We beginnen altijd met uit te leggen wat we gaan doen. Een bijeenkomst duurt ongeveer anderhalf uur, eenmaal per week.
Er zijn tien bijeenkomsten. Het is de bedoeling dat je alle keren komt en alleen met een goede reden afzegt.













